menuline
anbiGiften welkom op 
rekening:
NL59 ABNA 0519 4807 67
Seibo Werkgroep, Putten.
ANBI rsin: 816257863

info@seibowerkgroep.nl
Wij onderschrijven de
eza

Les 9

Theorie

  • Als een zelfstandig naamwoord een mannelijk persoon of dier aanduidt, dan is hier normaalgesproken mannelijk. Duidt het woord een vrouwelijk persoon of dier aan, dan is het gewoonlijk vrouwelijk. Bij gemengde groepen wordt het mannelijk meervoud gebruikt.
  • Anderssoortige woorden die als zelfstandig naamwoord worden gebruikt, zijn doorgaans mannelijk: 'een vijf' = 'un cinco' / 'het blauw' = 'el azúl'.
  • De letters van het alfabet zijn vrouwelijk: la a, la b, la c, enz.
  • Een Spaans zelfstandig naamwoord kan niet alleen met een uitgang worden verkleint (zoals 'huisje' van 'huis'), maar ook worden vergroot.
  • Bij verkleiningen of vergrotingen ligt de klemtoon op de toegevoegde uitgang.
  • Er zijn wat verschillende uitgangen mogelijk, de meest gebruikte is ito/ita. Als je die gebruikt, dan zal men je altijd begrijpen. Andere uitgangen zullen we wel behandelen, dat is vooral belangrijk voor het kunnen verstaan. 'huisje' = 'casita' (van 'casa') / 'het hamertje' = 'el martillito' (van 'martillo') / 'het meloentje' = 'el melonito' (van 'melón')
  • Er zijn twee vormen van het bezittelijk voornaamwoord. Een vorm wordt gebruikt als het direct voor het zelfstandig naamwoord staat, een vorm voor elke andere plaats.
  • Bezittelijke voornaamwoorden die op een -o eindigen, krijgen als ze op een vrouwelijk zelfstandig naamwoord slaan een -a ipv een -o. Als het zelfstandig naamwoord meervoud is, dan komt er bovendien een -sachter. 'mijn hamer' = 'mi martillo' / 'mijn hamers' = 'mis martillos' / 'de hamer is van mij' = 'el martillo es mío' / 'het huis is van mij' = 'la casa es mía'.
    • mijn huis = mi casa / la casa mía
    • jouw huis = tu casa / la casa tuya
    • zijn huis = su casa / la casa suya
    • ons huis = nuestra casa / la casa nuestra
    • jullie huis = su casa (l.a.) / la casa suya (l.a.)
    • hun huis = su casa / la casa suya

Geluidsopname 19, bevat deze vervoegingen.

Idioom

Dieren:

de hond = el perro
het hondje = el perrito
de kat = el gato
de eend = el pato
het paard = el caballo
de stier = el toro
de koe = la vaca
het konijn = el conejo
de aap = el mono
de muis = el ratón (net als de computermuis)
de vogel = el pájaro
de vis (levend) = el pez
de vis (op je bord) = el pescado (letterlijk: het geviste)
vissen = pescar

Aarde:

de aarde = la tierra
de wereld = el mundo
de hemel = el cielo
de zee = el mar
de lucht = el aire
 

Diversen:

grijs = gris
de kleur = el color
de vlag = la bandera
het vliegtuig = la avión
de luchthaven = el aeropuerto
Nederland = los Países Bajos
het schip = el barco

Zinnen:

De kleuren van de vlag zijn rood wit en blauw. = Los colores de la bandera son el rojo, el blanco y el azúl.
Mijn koe is zwart met wit. = Mi vaca es negra con blanca.
Het paardje is van hem. = El caballito es suyo.

Geluidsopname 20, bevat deze woordenlijst.